Met paarden en wagens - Jesaja 31

Altijd toch wel een beetje spannend…vertellen aan je ouders dat je verkering hebt. Hebben jullie ouders ook gelijk zo’n standaard vraag, als je zoiets vertelt? Zo’n vraag, die je van te voren al wel voorspellen kan? Zo van “ Hoe heet hij?” (die gaat nog) of “Wat doet zijn vader?” (Alsof je dat gelijk vraagt als je net verkering hebt!)

In de streek waar ik ben opgegroeid, had je een echte Boerenstand. De familienamen bestonden vaak al eeuwen op dezelfde boerderijen en men trouwde vaak onderling. Een standaardvraag van zo’n boerenvader aan zijn zoon of dochter was in zo’n geval: “Houveul peere hef ze?” *

Want aan het aantal paarden, dat de vader van de aanbedene bezat, kon afgemeten worden of het wel een goede partij was en of de rijkdom van het boerenbezit door een goed huwelijk vergroot kon worden. Het moest natuurlijk nooit zo zijn dat zoon of dochter zich vergooide aan een “arme” sloeber. In zo’n geval werd de verkering dan ook rigoureus verboden.

Aan dit verhaal moest ik denken toen ik Jesaja 31:1 las. Het opschrift boven dat hoofdstuk is: “Alleen de Heer beschermt en bevrijdt”. Het volk Israël had de gewoonte om in geval van nood of als er oorlog dreigde, te vertrouwen op het aantal paarden en strijdwagens, die ze bezaten. Soms zochten ze ook hulp bij de heidense volken om hen heen.

Maar God vergaten ze. In het Oude Testament staan talloze verhalen van mensen, die God kenden, maar toch vertrouwden op hun paarden en wagens en God ergens als godsdienstig aanhangsel beschouwden. God waarschuwt hen dan meerdere keren maar mensen luisteren niet. Totdat ze na een periode, waarin ze hebben ingezien dat die paarden en wagens geen uitkomst uit hun nood brengen, zich bekeren en weer (een poosje) in vrede met God leven.

Tegenwoordig zal geen enkele vader meer aan zijn zoon of dochter vragen, hoeveel paarden de vader van de geliefde bezit (hoewel….een mooie stal Arabieren niet te versmaden is!).

Daar vertrouwen we tegenwoordig niet meer op. Maar toch denk ik dat ook wij heel veel figuurlijke paarden en wagens hebben, zelfs al kennen we God.

Vertrouwen we toch ergens niet op onze welvaart? Op de goede gezondheidszorg? Op ons eigen lichaam, intelligentie, ons gelijk? We zijn druk met werk, kerk, hobby’s, op vakantie gaan, geld verdienen enz. enz. Stel je serieus eens de vraag: zou je je luxe voor God willen opgeven? Werkelijk een offer willen brengen als God het nodig heeft voor Zijn Koninkrijk? Of luisteren we eigenlijk niet eens naar de Heilige Geest, als die ons iets duidelijk wil maken? En het gaat nog verder: niet alleen je bezit opgeven , maar je hele leven aan God geven. Uiteindelijk zul je merken, net als de Israëlieten vroeger, dat al je bezit, je gezondheid, je geld, je familie en vrienden, je goede werken je niet kunnen redden als je tegenover de levende God komt te staan. God wil een liefdesrelatie met ons en Hij zal voor ons zorgen en voor ons strijden. Word je ten onrechte beschuldigd? Is je een groot leed aangedaan, misschien zelfs wel door mensen die je vertrouwde en lief had? Is je gezondheid zwak, of staat zelfs de dood voor de deur? Hebben we verdriet van de kapotte wereld om ons heen, om mensen die kapot gaan? Ga je zelf kapot?

Vertrouw niet op al die dingen, die nu de paarden en wagens vertegenwoordigen maar laten we serieus God zoeken en Hem liefhebben met heel ons hart, onze ziel en ons verstand.

God stond altijd al voor ons mensen klaar, ten diepste door Zijn Zoon de Here Jezus voor ons de straf voor al onze zonden te laten dragen. Hij staat klaar om ons als Zijn kind in Zijn armen te sluiten!

Tot slot: In Jesaja 31 staat ook vers 3: “Zoals een vogel boven zijn nest vliegt, zo waakt de Heer van de hemelse machten over Jeruzalem, Hij waakt en Hij redt, Hij beschermt en bevrijdt!

Halleluja. Amen.

Geschreven door een zuster uit onze gemeente
Johanna Buter