vr. 1 Jesaja 11:11-16 Vrij op de dag van de Heer
za. 2 Jesaja 12:1-6 Psalm 105 van Jesaja
zo. 3 Jesaja 13:1-18 Geen zinloos geweld
ma. 4 Jesaja 13:19-14:2 De toorn voor Babel
di. 5 Jesaja 14:3-11 Spotlied
wo. 6 Jesaja 14:12-23 Een ster valt van zijn voetstuk
do. 7 Lucas 3:1-14 Een roepende in de woestijn
vr. 8 Lucas 3:15-22 Aankondiging van de vuurdoop
za. 9 Psalm 100 Oproep
zo. 10 Titus 3:1-7 Geliefden hebben lief
ma. 11 Titus 3:8-15 Hoofd- en bijzaken onderscheiden
di. 12 Jesaja 62:1-5 Liefdeslied van de Heer
wo. 13 Jesaja 62:6-12 Actieve rust en vrede
do. 14 Jesaja 63:1-6 Rood licht
vr. 15 Jesaja 63:7-14 Werk van de Geest
za. 16 Jesaja 63:15-64:2 Waar is onze Vader?
zo. 17 Jesaja 64:3-11 Roepende kinderen
ma. 18 1 Korintiërs 12:1-11 Eén van Geest
di. 19 1 Korintiërs 12:12-30 Lichaamstaal
wo. 20 Spreuken 25:1-15 Spreken is zilver en Spreuken is goud
do. 21 Spreuken 25:16-28 Over maat houden en maten houden
vr. 22 Spreuken 26:1-16 Doe niet zo, dwaas
za. 23 Spreuken 26:17-28 Vergelijkenderwijs
zo. 24 Spreuken 27:1-10 Het is een vriend die mij mijn feilen toont
ma. 25 Spreuken 27:11-27 Omgangswijsheid
di. 26 Spreuken 28:1-15 Tegen-stellingen
wo. 27 Spreuken 28:16-28 Van rijkdom word je niet wijzer
do. 28 Spreuken 29:1-12 Wijsheid duurt het langst
vr. 29 Spreuken 29:13-27 Opvoedkunde
za. 30 Jeremia 1:1-10 Jong en (niet) enthousiast
zo. 31 Jeremia 1:11-19 Visioenen
